Wat is de Landschapstekening Kunsten 2025?
Kunstenpunt, het steunpunt voor de professionele beeldende kunsten, podiumkunsten en klassieke muziek, maakt in elke beleidsperiode een Landschapstekening Kunsten voor de Vlaamse overheid. Dat gebeurde ook in 2025.
De Landschapstekening brengt de belangrijkste trends, uitdagingen en kansen in het kunstenveld in kaart. Het bespreekt de sterktes en zwaktes per discipline, met name voor de beeldende kunsten, podiumkunsten, muziek, vormgeving, architectuur, literatuur en film. Daarnaast gaat het in op tien overkoepelende thema’s die het hele kunstenveld raken. De Landschapstekening vormt op die manier een inhoudelijke basis voor de Strategische Visienota Kunsten en Cultureel Erfgoed die in april 2026 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd.
We zoomen in dit artikel in op het thematische hoofdstuk ‘Kunst voor jonge mensen’. Dat hoofdstuk schetst een overzicht van de manieren waarop kunst voor, door en met jonge mensen tot stand komt, zowel in de vrije tijd als in het leerplichtonderwijs.
Wil je het volledige hoofdstuk zelf lezen?
Kunst in het leerplichtonderwijs
De Landschapstekening schetst een brede waaier aan samenwerkingsmogelijkheden tussen het kunstenveld en het leerplichtonderwijs. Elke vorm van samenwerking heeft eigen sterktes en aandachtspunten.
1. Kunst buiten de schoolmuren
Door met een klas op uitstap te gaan naar een schoolvoorstelling, tentoonstelling, filmvertoning of concert maken veel jonge mensen voor het eerst kennis met kunst. Aan zo’n uitstappen zijn (praktische) drempels verbonden, maar ze hebben ook een duidelijke meerwaarde: de verplaatsing, de beleving van een donkere zaal of een expositieruimte en de groepservaring versterken de kunstbeleving.
Enkele praktijkvoorbeelden:
2. Kunst op school
Kunst kan ook rechtstreeks op school plaatsvinden, bijvoorbeeld via artistieke workshops, kunstenaars in de klas of kunstaanbod dat leerkrachten zelfstandig in hun lessen inzetten. De Landschapstekening verwijst in dit verband ook naar de waarde van Kunstkuur en dynamoPROJECTEN (dat laatste werd begin 2025 stopgezet) die initiatieven op school (financieel) ondersteunen.
Enkele praktijkvoorbeelden:
3. Samenwerkingen op maat
Het kunstenveld zet ook in op duurzame samenwerkingen met scholen en op structureel terugkerende activiteiten, omdat die drempelverlagend werken. Hoe vaker jonge mensen in contact komen met een kunsthuis, hoe vertrouwder ze zich ermee voelen en hoe kleiner de (latere) participatiedrempels worden. Dit soort samenwerkingen vraagt om maatwerk, tijd, betrokkenheid en intensieve opvolging. Ze zijn impactvol, maar moeilijker schaalbaar op landelijk niveau
Enkele praktijkvoorbeelden:
Het hoofdstuk benadrukt het belang van een brede en veralgemeende toegang tot kunst via het leerplichtonderwijs, niet alleen binnen het basisonderwijs, maar ook in het secundair onderwijs, over alle graden, onderwijsvormen en finaliteiten heen.
Daarnaast wordt het belang van goede omkadering onderstreept. Zo’n omkadering kan:
cultuurcodes aanleren (zoals afspraken en regels tijdens een bezoek)
verschillende vormen van interactie en beleving aanbieden
helpen bij de omgang met gevoelige thema’s of beelden
een eerste actieve kennismaking met een kunstvorm mogelijk maken
inspelen op de noden van leerlingen en nodige aanpassingen ondersteunen
Ook de drempels tot deelname worden benoemd in het hoofdstuk:
Kostprijs: Vooral bij uitstappen vormt de kostprijs een belangrijke drempel. Culturele uitstappen (buiten de school) maken geen deel uit van de minimumdoelen, waardoor scholen daarvoor slechts over beperkte budgetten beschikken. In het basisonderwijs speelt de maximumfactuur een rol, terwijl uitstappen in het secundair onderwijs vaak worden doorgerekend aan de ouders. Daarnaast wegen ook transport- en ticketkosten per leerling door.
Tijdsdruk: Vooral in het secundair onderwijs is tijdsdruk een uitdaging. Voor elk lesuur is er een ander vak en een andere leerkracht, wat de organisatie van klasuitstappen complex maakt en veel afstemming vereist.
Kennisnood: Veel leerkrachten ervaren ook een kennisnood rond kunst en cultuur. Hoe breng je kunst aan? Met welke insteek en met welke werkvorm? Deze uitdaging krijgt te weinig aandacht binnen de lerarenopleiding.
Kunst in de vrije tijd
Kunst voor de allerjongsten
De Landschapstekening benadrukt dat het kunstenveld aandacht heeft voor jonge mensen, ook voor het allerjongste publiek: baby’s en peuters. Deze doelgroep komt (nog) niet in aanraking met kunst via het leerplichtonderwijs, maar wel via andere contexten: presentatieplekken en cultuurhuizen, de kinder- en buitenschoolse opvang, de publieke ruimte, enzovoort. Het artistieke aanbod voor de allerjongsten is vaak fysiek en interactief. De baby’s en peuters staan daarbij centraal, maar ook hun begeleiders (ouders, familie of opvoeders) zijn actief betrokken.
Kunst voor en met kinderen (en volwassenen)
Het artistiek aanbod voor kinderen wordt vaak georganiseerd binnen een apart circuit, meestal om praktische en communicatieve redenen. Tegelijk wordt dit aanbod steeds vaker ontwikkeld met oog voor intergenerationaliteit. Thema’s die aansluiten bij de leefwereld van kinderen kunnen ook volwassenen aanspreken, artistiek werk bevat vaak meerdere betekenislagen. Ook omgekeerd speelt intergenerationaliteit een rol: met een goede omkadering kan artistiek werk dat oorspronkelijk niet voor kinderen werd gemaakt, toch toegankelijk worden voor een jonger publiek. In de context van vrije tijd richt die omkadering zich eerder op het creëren van een fijne ervaring en het bieden van inhoudelijke context.
Naast intergenerationaliteit zet het kunstenveld sterk in op inclusief en drempelverlagend werken. Enkele voorbeelden hiervan zijn: publiekswerkers als brugfiguren of community builders, prikkelvriendelijke omgevingen, meer aandacht voor outreachend werken,...
Tot slot breken kunstenaars en organisaties steeds vaker buiten de klassieke kaders om kunst voor jonge mensen mogelijk te maken. In de vrije tijd speelt het deeltijds kunstonderwijs een belangrijke rol om kinderen en jongeren actief kunst te laten beoefenen. De Landschapstekening wijst bovendien op de groeiende interesse in interactieve en cocreatieve werkvormen met jongeren. Dit leidt tot meer samenwerkingen met organisaties die hier expertise in hebben, zoals participatieve, kunsteducatieve en jeugdwerkingen, over de grenzen van decreten en sectoren heen.
Lees het praktijkvoorbeeld over intersectorale samenwerkingen
Meer inspiratie?
“Onderwijs gaat niet om wie je bent, maar om wie je kan worden”
Wie bij ‘schools’ leren denkt aan kennis reproduceren heeft het verkeerd voor. Deze vorm van leren beoogt juist het omgekeerde, zoals Jan Masschelein en Maarten Simons (KU Leuven) helder kwamen toelichten op het publiqForum. Ontdek hun visie hier.
Van meten naar waarderen
Hoe rechtvaardig je publieke financiering voor cultuur? Door te meten wat het oplevert? Of door te waarderen wat het betekent? De Britse onderzoeker Eleonora Belfiore houdt een krachtig pleidooi over de waarde van cultuur.
Een nieuw UNESCO-kader voor kunst- en cultuureducatie, wat betekent dat?
Het UNESCO Framework for Culture and Arts Education (2024) is een gloednieuw kader dat het belang van kunst- en cultuureducatie benadrukt, en dat op wereldniveau. Maar wat staat er in die tekst? En wat betekent dit voor het beleid en de praktijk hier in België?