Wat hebben mensen nodig om naar een festival te komen? En hoe kunnen organisaties hun drempels wegnemen? Het is een uitdaging die niet enkel bij de publiekswerker of de communicatiemedewerker ligt, maar bij het samenspel tussen het hele team. Tine Theunissen, Mohammed Kassab en Ilse Devroe vertellen hoe die ping-pong gaat bij het Gentse kunstenhuis VIERNULVIER.
Artiesten met diverse lichamen
De Gentse kunstinstelling VIERNULVIER wil er zijn voor iedereen. Het is een streven dat zich in eerste instantie vertaalt in de programmatie van themafestivals, zoals dit voorjaar Women and Children First. In dit festival lag de focus op gezondheid en ‘body image’: de vraag wat ‘gezond’ of ‘normaal’ is en onze verhouding tot lichamen die op de een of andere manier buiten de norm vallen. Op het programma stonden een aantal shows van artiesten die lichamen met een beperking, zieke lichamen, uitgebluste lichamen en lichamen uit de fat community centraal stelden. Maar hoe bereik en betrek je ook de publieken bij zo’n festival, en wat hebben deze publieken daarvoor nodig?
De juiste sleutelfiguren en belangenorganisaties - een werk van lange adem
Het antwoord ligt enerzijds bij publiekswerkers als Tine Theunissen en Mohammed Kassab, die intensief op zoek gaan naar de juiste sleutelfiguren en belangenorganisaties die rond deze thema’s werken. Dat mag geen werk zijn dat eenmalig naar aanleiding van de festivalprogrammatie gebeurt, benadrukt Theunissen - het is een werk van lange adem, dat het hele jaar rond inspanningen vraagt. Met de community van blinde en slechtziende bezoekers heeft VIERNULVIER bijvoorbeeld een nauwe band: ook buiten het festivalprogramma zijn er een aantal toegankelijkheidsvoorzieningen die worden aangeboden. Tine: “We werken veel met audiodescriptie en tolken op de bühne, vaak in combinatie vaak met een ‘voeltoer’: het slechtziende publiek mag voor de voorstelling op de bühne komen, decor en eventuele objecten aanraken.”
Extra communicatie over toegankelijkheidsvoorzieningen
Voor een festival als Women and Children First worden deze toegankelijkheidsvoorzieningen extra goed gecommuniceerd, zegt communicatiecoördinator Ilse Devroe. De voorzieningen - die normaal gesproken verzameld staan op een ‘toegankelijkheidspagina’ op de website - werden bij elke performance expliciet uitgelicht. En er werden extra communicatie-acties ondernomen. Ilse: “Voor de comedy-performance van Sofie Hagen en de film van Jeanie Finlay, allebei uit de fat community, werd bijvoorbeeld gekeken naar wat de breedte is van onze theaterstoelen. Nog geen makkelijke opdracht om die te communiceren, want niet elke stoel bleek even breed.”
Niet alleen de inhoud van de communicatie, maar ook de vorm doet ertoe, benadrukt Ilse: “In de promo-trailer van het festival hebben we erop gelet dat er geen flitsende beelden zaten - iets wat binnen de normale aanpak van onze trailers wel eens gebeurt. In de vormgeving van folders en flyers werd extra gelet op zaken als kleurencontrast en leesbaarheid.”
Alles vertrekt bij een breed gedeeld bewustzijn over het belang van inclusie.
Trigger warnings
De lijn tussen publiekswerking en communicatie is dun. Zo werd er op basis van de feedback die Tine ontving uit diverse gemeenschappen besloten om te werken met tags die precies aangeven welke talen er in de voorstelling worden gesproken. Tine: “Dat was een bemerking die aansloot bij de vraag van onze publieken, maar tegelijkertijd klopt het ook met onze programmatie, want wij zetten maar weinig heel Nederlandstalige voorstellingen op het programma.”
De diverse prijssystemen (pay what you can maar ook UiTPAS) richten zich tot mensen met een beperkt budget en worden steeds duidelijk bij de activiteiten gecommuniceerd.
Ilse: “We vangen ook steeds meer signalen op rond triggers - zowel op het technische als op het inhoudelijke vlak. We proberen rond bepaalde gevoelige onderwerpen steeds goed te communiceren, maar een consequente policy is nog in de maak. De meer technische triggers zoals rond stroboscopen of blacklights worden wel consequent aangekondigd.” Tine: “Het mooie is ook dat de technische ploeg volledig mee is in dat verhaal. Soms krijgen we een signaal van een technieker, die ons erop wijst dat hij zware strobo’s moet inhangen. Dankzij diens alertheid kunnen wij gericht communiceren. Alles vertrekt bij een breed gedeeld bewustzijn over het belang van inclusie.”
Als we divers publiek willen bereiken moet ons aanbod nog diverser worden.
En volgende stap rond inclusieve communicatie is natuurlijk het betrekken van de publieken zelf bij deze communicatie - zodat zij de eigen community aanspreken en warm maken voor een bepaald evenement. Daarbij geldt sterk de voorwaarde van wederkerigheid: doelgroepen zullen enkel bereid zijn om hun achterban in beweging te brengen als ze een langdurige vertrouwensrelatie met het huis hebben. Hier komt Mohamed Kassab in het spel, die als nieuwe publiekswerver bij VIERNULVIER de stad ingaat om te luisteren naar de noden en behoeften van de publieksgroepen die de weg nog niet kennen. Hij staat nog maar aan het begin van zijn parcours, maar hoopt als outreacher te kunnen wegen op de publiekswerking én misschien ook op de programmatie zelf.
Mohamed: “Als we divers publiek willen bereiken moet ons aanbod nog diverser worden, we kunnen niet met hetzelfde aanbod blijven komen. Alleen is dat een langzaam proces, waarin we vertrouwen moeten opbouwen. Momenteel ben ik bezig met contacten leggen bij Gentse scholen, om die zo dichter bij ons programma te betrekken.
We werken ook al sinds vijf jaar met een focusgroep, een groep Gentenaars van 60+ die wij de ‘Invités’ noemen en die feedback geven op ons programma. We willen dit allemaal nog veel breder trekken, zodat er echt een groep mensen – publieken– ontstaat die samen met ons meedenken en meebeslissen.”
Op die manier zet VIERNULVIER stappen: niet alleen communicatie en publiekswerking groeien naar elkaar toe, maar ook het ‘heilige bastion’ van de programmatie gaat mee in het bad. Met als gedroomde resultaat: een organisatie waarin publieken kunnen participeren op alle domeinen.
Inclusief programmeren? Yes, we can!
Wat hebben mensen nodig om naar een festival te komen? Of sterker nog: kunnen publieken ook een actieve rol gaan spelen in de programmatie van een festival? Lisa Pleysier geeft een inkijk in het Brusselse zomerfestival Park Poétik.
Hoe bemiddel je gevoelige thema’s? Een inkijk in de praktijk van GUM & NTGent
Cultuurorganisaties bieden een plek om te leren: over een artistiek werk, over jezelf en over de wereld om je heen. Maar die artistieke werken kunnen gevoelig liggen: door confronterende beelden of door thema’s die ze aansnijden. Wat kunnen we leren van het GUM en NTGent?
Geef ons de ruimte! Het cultuurhuis als derde plek voor jongeren
Hoe kan je ruimte geven aan jongeren? In Antwerpen gebeurt het zowel in de jongerenbibliotheek kubus als in BLOC MOB op Luchtbal. 2 praktijkvoorbeelden om te onthouden.