De Vlaamse overheid zet in op lokale en bovenlokale netwerksamenwerking om participatiedrempels voor personen in armoede op het vlak van cultuur-, jeugdwerk- en sport aan te pakken. publiq ondersteunt deze netwerken vrijetijdsparticipatie in het uitbouwen van een dynamisch en inclusief lokaal vrijetijdsbeleid.

Bovenlokale netwerken zijn netwerken rond vrijetijdsparticipatie tussen meerdere gemeenten binnen een referentieregio en opgezet vanuit een intergemeentelijke samenwerking cultuur.

Lokale netwerken kunnen nog één legislatuur (2027–2032) blijven bestaan onder de overgangsmaatregel.

Het (boven)lokale netwerk bouwt een werking uit rond vrijetijdsparticipatie voor personen in armoede en creëert een structurele samenwerking tussen de partners: de diensten bevoegd voor cultuur, jeugd en sport van de deelnemende gemeenten. Meer uitleg lees je in dit artikel.

Een bovenlokaal netwerk biedt heel wat voordelen:

  • Inspiratie en kennisdeling staan centraal: gemeenten en armoedeverenigingen leren van elkaar, delen praktijkvoorbeelden en brengen diverse stemmen samen, waaronder mensen in armoede zelf. Dit verrijkt de aanpak en versterkt de expertise.

  • Sterkere samenwerking volgt vanzelf, doordat partners uit welzijn, cultuur en vrije tijd transversaal samenwerken. Die brede betrokkenheid zorgt voor meer draagvlak en impact.

  • Ook de steun voor lokale besturen is groot: ze krijgen impulsen, expertise en een strategische verbinding met hun eigen beleidsdoelen, waardoor het netwerk een hefboom wordt in plaats van een extra taak.

  • Dankzij de samenwerking ontstaat er bovendien een ruimer en inclusiever aanbod, met meer mogelijkheden en minder drempels voor mensen in armoede.

Tot slot zorgt het netwerk voor duurzaamheid en verankering: door de gedeelde structuur, trekkersrollen en concrete acties blijft het werk rond vrijetijdsparticipatie stabiel en toekomstgericht, ook bij lokale veranderingen.

De afsprakennota

Een afsprakennota is het beleidsdocument dat een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie opstelt en indient bij de Vlaamse overheid om erkend en gesubsidieerd te worden binnen het nieuwe Bovenlokaalcultuurdecreet.
In zo’n dossier beschrijft het bovenlokaal netwerk in wording en hun partners:

  • een afsprakennota vrijetijdsparticipatie​ met:
    • een kwantitatieve en kwalitatieve omgevingsanalyse van de armoede in het werkingsgebied en van de drempels voor vrijetijdsparticipatie die mensen in armoede ervaren​;

    • een visie op de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede in het werkingsgebied en op de invulling van de opdrachten​;

    • de vertaling van de visie in strategische en operationele doelstellingen;

    • een overzicht van de concreet geplande acties, minstens voor de eerste 2 werkjaren;​

    • een overzicht van de partners en van de manier waarop ze betrokken zijn en zullen worden.​

  • een zakelijk deel​ met:
    • de meerjarenbegroting voor de hele gevraagde subsidieperiode;

    • de opsomming van de (deelnemende) gemeente(n) of districten en hun contactgegevens​.

      De nota vormt dus het inhoudelijke en strategische kompas van het netwerk en is tegelijk een subsidieaanvraag: het document toont hoe het (boven)lokaal netwerk structureel inzet op het wegnemen van drempels voor deelname aan cultuur, jeugdwerk en sport.

Praktische info


Binnen het Decreet bovenlokale cultuurwerking kunnen IGS'en cultuur vanaf april 2026 een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie aanvragen.

Lokale netwerken vrijetijdsparticipatie, samenwerkingen tussen lokale gemeentediensten en betrokken actoren en vrijetijd en welzijn, kunnen nog één subsidieperiode blijven bestaan dankzij een overgangsmaatregel. Tegen 2033 moeten alle lokale netwerken integreren in een bovenlokaal netwerk om hun trekkingsrechten te behouden.

‘’Het intergemeentelijk samenwerkingsverband dient op uiterlijk 1 april 2026 een aanvraag in via KIOSK voor de subsidieperiode 2027-2032. Een volgend indienmoment is er op uiterlijk 1 april 2029 voor de resterende periode. ‘’