Hoe geef je jongeren, buurtbewoners en andere burgers een betekenisvolle stem in een cultuurhuis? Hoe zorg je ervoor dat wat er op je podium te zien is écht weerspiegelt wat er leeft in een stad? Bij het Leuvense cultuurhuis 30CC ontstond in 2019 het idee om Leuvenaars actief mee aan tafel te zetten. Wat begon als een vernieuwend traject, is ondertussen uitgegroeid tot een duurzame werking rond participatief programmeren en de cirkelmethodiek.
Naar aanleiding van de publicatie en de Inspiratiedag Cirkelmethodiek & Curatorenprogramma blikken we terug op dit proces en halen er de belangrijkste inzichten uit voor de cultuursector.
De kiem: kennis delen rond participatief programmeren
Het Curatorenprogramma van 30CC vond zijn oorsprong in een breder leertraject rond participatief programmeren en het verkennen van vragen over zeggenschap, representatie en drempels in cultuurparticipatie.
Met de steun van het Cera Impulsprogramma zetten 30CC, Buurtcentra Leuven, 't Lampeke, De Ruimtevaart en TRILL de schouders onder het Curatorenprogramma. Het doel was helder: nieuwe perspectieven binnenbrengen op de podia en expliciet ruimte maken voor Leuvenaars in een kwetsbare positie.
Via publicaties zoals het Methodisch kader voor participatief programmeren of het artikel Als burgers programmeren en ervaringen uit diverse lerende netwerken reikte de kenniswerking van publiq (toen: Demos) handvatten en reflectie aan om medebeslissingsrecht voor burgers vorm te geven. Deze opgebouwde kennis vormde het fundament waarop 30CC en haar partners hun praktijk konden bouwen.
Inzichten uit het Cera Impulstraject
De belangrijkste take aways uit dit traject waren:
- Gelijkwaardigheid en eigenaarschap: Participatief programmeren gaat verder dan louter publieksontwikkeling. Het vraagt een echte overdracht van beslissingsbevoegdheid, waarbij burgers mee bepalen wat er op de podia te zien is.
- Maatwerk per doelgroep: Er bestaat geen universele formule. Binnen het traject werden vier deelprogramma's ontwikkeld, elk opgebouwd vanuit de specifieke leefwereld en noden van een doelgroep, in nauwe samenwerking met sociaal-culturele partnerorganisaties.
- Structurele drempelverlaging: Het betrekken van een divers publiek vraagt een methodisch kader waarin begeleiding, vertrouwde ontmoetingsplekken en een open dialoog centraal staan.
Praktijkvoorbeelden uit de Leuvense werking
Dat participatief programmeren geen theoretisch concept is, bewijzen de uiteenlopende curatorengroepen die intussen actief zijn:
- Buurthuizen: Bezoekers van verschillende Leuvense buurthuizen komen samen, bekijken diverse voorstellingen en kiezen gezamenlijk de meest overtuigende sociaal-artistieke theatervoorstelling van het seizoen (zoals de voorstelling CARMEN van Theater Stap & Compagnie Lodewijk/Louis).
- Curatoren middelbaar onderwijs: Scholieren proeven een jaar lang van uiteenlopende disciplines van theater en hiphop tot circus en jazz, en programmeren vervolgens zelf een voorstelling die tijdens de middagpauze op hun school wordt getoond.
- veelbeLEUVENd - jong klassiek: Jonge, ambitieuze muzikanten cureren een eigen concertreeks en creëren zo nieuwe podiumkansen voor opkomend talent.
Door burgers al vijf seizoenen lang mee te laten beslissen, brengt 30CC verfrissende blikken binnen en ontstaat er meer ruimte voor artistiek experiment.
De vervolgstap: De cirkelmethodiek
Na het afronden van het Cera Impulstraject stopte het proces niet. 30CC verankerde en verfijnde de opgedane lessen in de cirkelmethodiek.
De cirkelmethodiek is een participatieve organisatiestructuur waarin gewerkt wordt met verschillende kringen of 'cirkels' van betrokkenen. Deze cirkels bestaan onder meer uit buurtbewoners, jongeren en specifieke doelgroepen die rechtstreeks mee beslissen over het artistieke aanbod. Op deze manier staan gedeeld eigenaarschap en diverse stemmen niet ten dienste van een eenmalig project, maar worden ze verankerd als een duurzaam onderdeel van de gehele artistieke werking.