Als kenniswerkers op het vlak van participatie en inclusie in de vrije tijd zijn we alle dagen bezig met mensen. We staan met beide voeten in de praktijk. We ondersteunen participatieve praktijken, luisteren naar de verhalen die daar ontstaan en delen deze met partners en collega’s. Deze menselijke uitwisseling is de voedingsbodem voor onze expertise. Maar we leven in een wereld waarin nog een andere vorm van kennis opgang maakt: data. We voelen dat we soms huiverig staan tegenover deze andere bron van kennis. Waarom eigenlijk?

Verhalen én data: twee complementaire dimensies

Verhalen over participatieve praktijken of storytelling rond de diepgaande impact van zo’n praktijk op een persoonlijk leven zijn bijzonder waardevolle manieren van kennisontsluiting. Maar om deze praktijken naar de toekomst nog meer te begrijpen en dus versterken, hebben we een extra laag nodig. Een laag met data. Kwalitatieve data (verkregen uit diepte-interviews, focusgroepen, participatieve observatie, …) kunnen enerzijds helpen om gebruikte methodieken wetenschappelijk te staven, zoals de Praktijkgids sociaal-sportief werk #2uit 2024 (Pascal Delheye et al.) aantoont. Daarin lezen we hoe bepaalde methodieken binnen de sociaal-sportieve praktijken meetbaar leiden tot gedragsverandering bij de sporters en hun omkadering. Denk aan de ontwikkeling van een gezondere levensstijl, van soft skills, het inbouwen van een stabiele levensstructuur … Daarnaast kunnen kwantitatieve data een helder zicht bieden op de omvang van participatieve praktijken en op de manier waarop ze zich organiseren. Verhalen en data vormen zo samen het complete verhaal.

Een eerste onderzoek: de sociaal-sportieve sector

Het recente onderzoek van publiq naar de omvang en de organisatie van de sociaal-sportieve praktijken in Vlaanderen en Brussel is een beloftevolle eerste stap. De kwantitatieve data uit dit onderzoek geven antwoord op een aantal vragen: hoeveel duurzame sporters bereiken de sociaal-sportieve praktijken? Hoeveel vrijwilligers, coaches en professionals begeleiden deze sporters? Welke sporten worden aangeboden? Hoeveel praktijken gebruiken UiTPAS? Uit het aangehaalde onderzoek komt bijvoorbeeld duidelijk naar voren dat minstens negen op de tien sporters met UiTPAS bij sociaal-sportieve organisaties gebruikmaken van het recht op kansentarief. UiTPAS verlaagt dus aantoonbaar mee de financiële drempel voor wie anders niet zou sporten.


Cijfers zijn vandaag onmisbaar: ze laten zien hoe groot een sector is en op welke manier een sector zich organiseert. Cijfers laten ook zien wie we bereiken en op welke manier instrumenten zoals de UiTPAS het verschil kunnen maken.

Meten zal voor ons nooit zomaar ‘weten’ zijn, data zullen nooit het menselijke werk vervangen. Maar ze kunnen wel complementair werken. Als we data goed inzetten en verbinden met verhalen, kunnen ze ons de juiste richting aanwijzen en komen we daar als sector sterker uit.

De volgende stap

Onze ambitie voor de komende tijd is helder. We willen vaker en beter de brug slaan tussen praktijkervaring en data. Want door kennis uit het veld te koppelen aan data, bij voorkeur aangevuld met academische reflectie, bouwen we aan het best mogelijke fundament om participatieve praktijken toekomstbestendig te maken.