Museum PARCUM, het museum voor religieuze kunst en cultuur, gebruikte emotienetwerken als basis voor de tentoonstelling ‘Zonder Label’. Hoe vertaal je de gespreksmethodiek voor groepen naar een expocontext? Hoe wordt het een instrument voor een individueel gesprek zonder moderator? Emma Wyndaele, publieksmedewerker van Museum PARCUM, gidst je in 4 stappen door haar ervaringen.
Vooraf: Over Emotienetwerken
Mensen kunnen bij een erfgoeditem uiteenlopende en soms zelfs botsende gevoelens hebben. Met de methodiek Emotienetwerken breng je die allemaal in kaart en start je het gesprek erover op.
Meer weten? Lees Word erfgoedwijs! of Emotienetwerken als methode om immaterieel erfgoed te laten voortbestaan.
1. Het waarom
“In de expo ‘Zonder Label’ toonden we stukken uit onze eigen collectie, maar zonder de labels die je normaal in een museum verwacht. Die lieten we achterwege omdat we nieuwsgierig waren naar andere perspectieven op religieus erfgoed. Onze blik, die van museummedewerker, verbreden en opentrekken, dat was het doel van dit experiment.”
“Zo’n aanpak past in de visie van Museum PARCUM. We beseffen dat katholiek religieus erfgoed een emotionele lading en een maatschappelijke connotatie in zich draagt. Wat maakt religieus erfgoed vandaag nog relevant? Welke betekenis heeft het nog in onze geseculariseerde maatschappij? Het zijn terechte vragen. Daarom proberen we de multiperspectiviteit en de emotionele laag bij een stuk erfgoed dus bloot te leggen.”
2. Van groepsgebeuren naar individueel gesprek
“Oorspronkelijk wilden we voor ‘Zonder Label’ een groep mensen samen brengen rond een selectie van objecten uit de collectie, die uit katholiek religieus erfgoed bestaat. Welke collectiestukken we net kozen, was daarbij belangrijk: onze keuze moest weerspiegelen wat we allemaal in huis hebben én de stukken mochten niet te eenduidig zijn. Uiteindelijk heeft elke collega, het museumteam bestaat uit 5 mensen, enkele items geselecteerd die nog ruimte lieten voor verschillende interpretaties. Zo kwamen we tot een selectie van 25 stukken die we samenbrachten in een ruimte.”
“We legden ook een strategie en een methode vast. We zouden in enkele groepssessies onbevangen kijken en ook de methodiek van emotienetwerken toepassen. Daarbij visualiseren deelnemers het gevoel dat een erfgoedobject bij hen oproept, op een raster. In een tweede fase luisteren ze naar de gevoelens van de andere deelnemers. In een derde stap krijgen ze dan informatie over de context van het object en over de verschillende visies die erover bestaan. Tussendoor kunnen ze zich herpositioneren op het raster. Emotienetwerken is zo een middel om in dialoog te gaan en je bewust te worden dat er niet één juiste visie bestaat.”
“De opzet lag dus vast, maar toen er weinig respons kwam op onze open oproep om deel te nemen, moesten we schakelen naar plan B. We vonden 5 mensen met een diverse achtergrond. Uit de selectie kozen ze elk 5 stukken die hen op het eerste zicht het meest aanspraken. Daarover voerde ik met hen dan individuele gesprekken. Sommige deelnemers kozen hetzelfde object zodat we er 16 overhielden voor de tentoonstelling.”
“Ook voor zo’n individueel gesprek bleek de methodiek van emotienetwerken zinvol. ‘Wat voel je als je dit ziet’ is immers geen makkelijke vraag. Een raster waarop je visualiseert hoe je je verhoudt ten opzichte van een object, helpt dan om een antwoord te formuleren. Een voorbeeld: een moslima associeerde een kanten doekje met de hoofddoek van haar grootmoeder. Een positieve persoonlijke herinnering dus. Een andere, oudere deelnemer had er een minder positieve connotatie bij: toen ze vroeger verplicht naar de mis moest, lagen dit soort hoofddoekjes klaar in de kerk om je hoofd te bedekken.”
“Geen enkel antwoord is juist of fout en het ene antwoord is niet waardevoller dan het andere. Dat stelde hen gerust. Als ik nadien de context van het object meegaf, konden ze zich herpositioneren op het raster."
3. Bezoekers nemen positie in
“De individuele gesprekken met die 5 personen zijn in de audioguide van de tentoonstelling verwerkt. In plaats van labels of bordjes te lezen met kunsthistorische informatie, luisterden de bezoekers dus naar de gedachten en gevoelens van iemand die een onbevangen blik werpt op dat ene collectiestuk. We moedigden de bezoeker ook aan om zichzelf te bevragen over dat object, om zelf een standpunt in te nemen en daarover met anderen in gesprek te gaan. Daarom plaatsten we bij elk object een tafel met het typische emotienetwerk-raster op en kreeg elke bezoeker bij de start een stickervel én een instructieboekje mee.”
“Daarin vroegen we de bezoekers om eerst zonder info te kijken en te voelen. Vervolgens luisterden ze naar het gevoel van iemand anders via de audioguide. Dan namen ze zelf hun positie in. Wat roept dit bij me op? Iets positiefs, iets negatiefs? Iets heftigs? Ze plakten een sticker op het raster bij het object en zagen ook waar anderen zichzelf hadden gepositioneerd. Het bracht duidelijk de verschillende perspectieven en de emoties die erfgoed kan oproepen in kaart. Indien ze dat wilden, konden ze nadien ook achtergrondinfo over het object lezen via een schermpje. We vroegen hen ook om te reflecteren of het lezen van de achtergrondinfo hun positie tegenover het object beïnvloedde.”
“Verder voorzagen we in de tentoonstellingsruimte een schrijftafel. Daarop lagen kaartjes met vragen over de objecten, de verhalen die te horen waren,… Bezoekers konden zo hun antwoorden, eventuele bedenkingen, associaties of gevoelens die bij de emotienetwerken naar boven kwamen, neerpennen, delen en achterlaten.”
4. Reflecteren, positioneren, evalueren
“Emotienetwerken was een goed startpunt en een laagdrempelige manier om met verschillende perspectieven aan de slag te gaan. Mensen vinden het wel moeilijk om iets te zeggen over iets als ze niet weten wat het exact is. Onbevangen kijken lijkt een vaardigheid die we als volwassenen hebben afgeleerd.”
“Het reflecteren en positioneren vroeg ook veel van de bezoekers. De meeste mensen verwachten niet dat ze iets actiefs moeten doen als ze naar een tentoonstelling komen. Maar wie het deed, apprecieerde het. Uiteraard was het ook helemaal oké als een bezoeker daar geen zin in had. Wat ook snel naar boven kwam, was het spanningsveld tussen wat historisch juist is en wat mensen voelen bij of associëren met een object. ‘Dat is fout’, zeiden enkele vrijwilligers toen ze de interpretaties in de audiogids hoorden.”
“Zelf hebben we geleerd dat religieus erfgoed nog veel emoties en gedachten oproept, ook als je niet religieus bent opgevoed. Er zijn nog veel betekenissen mogelijk. We denken nu na over hoe we die emotionele laag en andere perspectieven in onze expo’s kunnen doortrekken. En al was de individuele benadering tijdsintensief, de 5 mensen die meewerkten, zijn intussen echt deel geworden van het museum. Je moet dus niet altijd met grootse groepen aan de slag gaan om een community te bouwen.”
Meer inspiratie?
Word erfgoedwijs!
Hoe ga je om met erfgoed- of museumcollecties die raken aan controversiële onderwerpen of sterke emoties oproepen? Met de Roadtrip Cultuureducatie kregen we een verfrissende introductie in de methodiek van ‘emotienetwerken’ en delen daarover de belangrijkste inzichten.
Emotienetwerken als methode om immaterieel erfgoed te laten voortbestaan
Hoe voer je gesprekken over erfgoed in de hedendaagse samenleving waarin steeds meer mensen samen leven die elkaar steeds minder kennen? Danielle Kuijten (Imagine IC) legde tijdens de roadtrip cultuureducatie de methode ‘emotienetwerken’ uit.
Zorg voor erfgoed & zorg voor mensen
Het project ErfGoedVoelen zet cultureel erfgoed in om het welzijn van verschillende doelgroepen te verhogen. De praktijkvideo brengt twee laagdrempelige methodieken in beeld: object handling & object storytelling.