Hoe heeft de cultuurliefhebber in tijden van corona zijn culturele honger gestild? Wat vond men van de vele digitale initiatieven uit de cultuursector en is hier blijvende interesse in? En hoe kijkt hij naar een eventuele terugkeer naar het reguliere cultuuraanbod?

Om die vragen te beantwoorden, hebben publiq (de organisatie achter UiT), het Kenniscentrum Cultuur- en Mediaparticipatie (Universiteit Gent – Vrije Universiteit Brussel), het Kenniscentrum Cultuurmanagement & Cultuurbeleid (Universiteit Antwerpen) en museumPASSmusées een onderzoek opgezet. Tussen 19 tot 27 mei werden meer dan 13.000 cultuurliefhebbers uit Vlaanderen en Brussel bevraagd en in dezelfde periode werden er drie focusgroepgesprekken gehouden.

Tijdens de lockdown: online cultuuraanbod als interessant alternatief

Vele cultuurliefhebbers hebben tijdens de lockdown de weg naar het online-aanbod gevonden. Wie voor de coronacrisis al online participeerde aan cultuur, is dat meestal blijven doen, en daar is een grote groep nieuwe gebruikers bijgekomen. Die hoge participatie zien we ook bij het aanbod waar dit op het eerste zicht minder evident lijkt om online aan te bieden: musea & erfgoedsites en theater kennen een sterke toename, en ook concerten (zowel klassiek als niet-klassiek) doen het online zeer goed. We stellen vast dat men online vooral aan die culturele activiteiten deelneemt die men ervoor ook op de klassieke (fysieke) manier deed. Nieuwe zaken ontdekken, blijft eerder beperkt.

De tevredenheid over het online aanbod is zeer groot, met meer dan 60% tevreden gebruikers voor zo goed als alle cultuurvormen. Toch is de online deelname meestal beperkt tot eenmalig of sporadisch gebruik. Mensen die van thuis uit werken geven regelmatig aan dat ze na een hele dag achter een computerscherm de voorkeur geven aan offline activiteiten zoals het lezen van een boek, het luisteren naar de radio of het actief musiceren.

Ja uw vrijetijdsbeleving is allemaal thuis en je zit [..] al heel vaak aan uw computer. Dus dan heb je zo het gevoel van ja, een film kijken, maar dat is weer voor een scherm. Dus een keer naar theater gaan of een concert of dans of zo meepikken, ja ik mis dat wel een beetje. Dus ik ga blij zijn als het terug kan.

Er is een opvallend hoge online participatie samen met de kinderen en ook door de kinderen alleen. Mogelijk was dit ook een interessante manier om de kinderen tijdens de lockdown bezig te houden. Bij kinderen onder twaalf jaar valt vooral de populariteit van theater en voorleessessies op. In de middelbare school-leeftijd is die interesse meer gespreid over de verschillende vormen van cultuuraanbod.

Waar het vooral de jongere leeftijdscategorieën waren die voor de lockdown de weg naar het online aanbod al gevonden hadden, hebben de oudere leeftijdsgroepen tijdens de lockdown een inhaalbeweging gemaakt. Die inhaalbeweging zien we helaas niet wat de sociale kloof betreft. Het sociale verschil in online participatie is tijdens de lockdown zelfs groter geworden dan ervoor, zelfs voor het culturele kernpubliek. Het feit dat veel online aanbod gratis is, lijkt daarvoor onvoldoende.

Meermaals online participeren aan cultuur hangt positief samen met het mentale welbevinden tijdens de lockdown, maar vooral frequente actieve cultuurparticipatie (het beoefenen van een creatieve hobby) hangt positief samen met het mentale welzijn en minder verveling.

Na de lockdown: snel terug naar het reguliere aanbod, maar blijvende interesse in online-cultuur

De cultuursector heeft sterk geïnvesteerd in digitaal aanbod, en dat wordt geapprecieerd door het publiek. Er is een grote interesse om online aan cultuur te blijven participeren, ook bij mensen die dit tijdens de lockdown voor het eerst deden. Online cultuur kan immers een aantal behoeften vervullen zoals het bieden van ontspanning en het ontdekken van nieuwe dingen. Tegelijkertijd biedt het een antwoord op praktische drempels zoals het zoeken van een babysit voor jonge gezinnen of het moeten maken van verplaatsingen voor mensen met een zwakke gezondheid of fysieke beperking. De focus ligt daarbij op gratis activiteiten. De betalingsbereidheid voor online cultuur blijft immers bijzonder laag.

Mijn natuurlijk aanvoelen zegt, ah ja, voor iets waar ik niet fysiek kan bij zijn, daar wil ik minder voor betalen.

En ondanks het feit dat afstanden en grenzen online veel minder een rol spelen, lijkt men online veelal trouw te blijven aan de lokale huizen.

Want de dingen die ik sowieso al graag zou volgen, daar heb ik al een heel lijstje van tien nog af te werken. Dus wat zou ik nog gaan zoeken in de Opera House in Londen? Dat is iets wat ik sowieso al niet doe.”

Sociale aspect blijft belangrijk

Toch snakt het cultuurpubliek naar de heropstart van het reguliere aanbod, omdat men veel belang hecht aan ‘cultuur in het echt zien’ en ‘er eens gezellig uit zijn’. Ook het sociale aspect van cultuurbeleving (vrienden en familie zien, de sfeer in publiek, mensen ontmoeten,...) blijft voor meer dan de helft van de cultuurliefhebbers belangrijk, en de online alternatieven voor interactie blijken daarvoor ontoereikend. Hetzelfde blijkt ook voor de amateurkunsten. Online alternatieven zijn in de beleving van de cultuurparticipanten nog onvoldoende ontwikkeld om een gelijkaardige beleving te bieden aan live samen cultuur beoefenen.

Wat ik vooral mis, is gewoon het samenspel. Dat lukt nu omwille van de omstandigheden niet. Je hebt wel de digitale mogelijkheden en daar ben ik al mee aan de slag geweest. Maar toch, het samenspel, wat je wekelijks met een geheel vormt, dat mis ik wel.

Afwachtend voor activiteiten met grote publieksaantallen

Over het algemeen wil men dan ook graag snel terug cultureel actief worden, al is men voor activiteiten met grote publieksaantallen meer afwachtend. Zeven op tien cultuurliefhebbers wil vermijden zich in grote groepen mensen te begeven of dicht bij anderen te komen. Veiligheidsoverwegingen spelen hier een rol. Waar een museum- of bibliotheekbezoek kan georganiseerd worden op een gecontroleerde manier die sterk gelijkt op hoe het er momenteel in supermarkten aan toe gaat, is dit voor activiteiten als concerten of theater veel minder evident. Bovendien vreest vier op tien respondenten dat de sfeer in het publiek te sterk zal lijden onder de social distancing-maatregelen.

Ik denk dat een festival het laatste evenement is, waaraan ik zou deelnemen. Net omdat het zo’n massa-event is. Ik denk eerder aan een museum. Daar zijn grote ruimtes. Waarom niet? Want als we naar een supermarkt kunnen, of een Brico? Als we daar binnen kunnen met de maatregelen, waarom zou dat dan nog niet in de musea kunnen?

Individuele voorzichtigheid

De cultuurliefhebbers hebben algemeen een groot vertrouwen in de veiligheidsvoorzieningen die de cultuurorganisaties treffen. Toch blijft er een grote individuele voorzichtigheid ten aanzien van het nemen van het openbaar vervoer, het aanraken van voorwerpen zoals tickets, drankbonnen en deurklinken. Voor bijna één op drie is deelname aan cultuuractiviteiten sowieso uitgesloten zolang er geen vaccin is of er enig risico op besmetting is. Personen met een zwakke gezondheid of die samenwonen met personen die behoren tot risicogroepen zullen hun bezoek langer uitstellen, ook voor ‘veiligere opties’ als bibliotheek- of museumbezoek, en zullen meer gebruik blijven maken van het online aanbod.

Vragen? Neem contact op met Frederik.

Frederik Bastiaensen
Neem contact op met
Frederik Bastiaensen
Projectmanager strategie en ontwikkeling