Ontdek opleidingen, workshops, inspirerende praktijkvoorbeelden en online content die je helpen je kennis te verrijken en je aanpak te versterken. Samen maken we vrijetijdsparticipatie toegankelijker, inclusiever en boeiender voor iedereen.

Van klussen naar mee-ontwerpen

juli 2026

In het Gentse de Koer wordt er gebouwd. Aan een nieuw café, een balustrade of een podium. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan een inclusief organisatiemodel, een warme gemeenschap in de wijk én een wereld waar iedereen zich welkom voelt. De kenniswerking van publiq ging op bezoek bij de Koer om mee te maken, te spelen en te leren.

‘Wij zijn fan van de Koer!’ klinkt het al bij de koffie. We staan op het middenplein van iets wat een beetje weg heeft van een werf: hier liggen materialen, daar staat een WC-hokje, een trap is bovenaan afgebroken en leidt naar nergens. Binnen de bar, op de eerste verdieping de cinemazaal. Buiten, achteraan verscholen: de tuin. De Koer, gelegen in de dichtbevolkte wijk de Brugse Poort, neemt 2000 vierkante meter grond in, en dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee rond ruimtegebruik – iets waarvan de Koer zich zeer bewust is. Ontstaan als een bottom-up buurtinitiatief wordt er vandaag voortdurend gezocht naar manieren om ruimte (terug) te geven: aan de wijk, aan vrijwilligers, aan kunstenaars. ‘Veel mensen vinden hun plaats niet in de maatschappij’, zegt iemand van de Koer. ‘Dit is een plek waar verbeelding kan groeien, waar mensen kunnen ademen.’ Het bouwen gaat met vallen en opstaan, met constructiefouten en stabiliteitsproblemen. Maar jongens toch, het beweegt hier.

Geen betere manier om elkaar te leren kennen dan met een spel. We spelen samen ‘Woorden wegen’, een participatief kaartspel waarbij we de betekenis en impact van bepaalde begrippen samen verkennen – zonder een gedeelde taal is geen uitwisseling mogelijk. Wanneer sluiten woorden uit? Kunnen we onze eigen referentiekaders overstijgen? En zouden we voortaan niet elke vergadering beginnen met een woord uit het kaartspel? Daarna volgen gesprekken waarin publiq en de Koer vrijuit een aantal worstelingen binnen hun eigen organisatie op tafel leggen – best bijzonder dat dit kan, in tijden van hyperprofilering en concurrentie. Heeft het woordenspel het ijs gebroken?

De Bouwspeelplaats van de Koer is een van de cases die aan bod komt. Een grote groep enthousiaste vrijwilligers komt op regelmatige basis meebouwen aan de Koer. Maar is dat wel genoeg? Hoe kan dit vrijwilligerswerk passen een groter verhaal, waarin de vrijwilligers niet alleen ‘klussen’ maar ook mee-ontwerpen? En hoe begeleid je de ontmoeting tussen de bouwers die werken aan ‘hun’ plek en de kunstenaars die tijdelijk in residentie zijn?

Daarna is het de beurt aan publiq om te delen. In een fucked-up-sessie leggen we een begeleidingstraject voor dat niet liep zoals verhoopt. Samen zoeken we naar de factoren die een rol speelden bij het falen, en naar betere manieren van aanpak. Naar onze eigen rol in dit proces. In wezen gaat het in beide cases over dezelfde essentiële vraag: hoe begeleid je participatieve processen op een vruchtbare manier? Waar grijp je in en waar laat je los? Wat neem je als organisatie in handen, waar maak je enkel ruimte voor wat anderen zelf kunnen realiseren?

Aan het eind van de dag zijn we nog méér fan van de Koer. Het is indrukwekkend te zien en te voelen hoe integer en volhardend deze organisatie haar missie tracht waar te maken, en hoe kwetsbaar ze zich daarin durft op te stellen. We nemen hun inzichten en methodieken mee, om ze verder te delen. Licht van hart.

Wie is er bang van data?

juni 2026

Als kenniswerkers op het vlak van participatie en inclusie in de vrije tijd zijn we alle dagen bezig met mensen. We staan met beide voeten in de praktijk. We ondersteunen participatieve praktijken, luisteren naar de verhalen die daar ontstaan en delen deze met partners en collega’s.

Deze menselijke uitwisseling is de voedingsbodem voor onze expertise. Maar we leven in een wereld waarin nog een andere vorm van kennis opgang maakt: data. We voelen dat we soms huiverig staan tegenover deze andere bron van kennis. Waarom eigenlijk?

Verhalen én data: twee complementaire dimensies

Verhalen over participatieve praktijken of storytelling rond de diepgaande impact van zo’n praktijk op een persoonlijk leven zijn bijzonder waardevolle manieren van kennisontsluiting. Maar om deze praktijken naar de toekomst nog meer te begrijpen en dus versterken, hebben we een extra laag nodig. Een laag met data. Kwalitatieve data (verkregen uit diepte-interviews, focusgroepen, participatieve observatie, …) kunnen enerzijds helpen om gebruikte methodieken wetenschappelijk te staven, zoals de Praktijkgids sociaal-sportief werk #2uit 2024 (Pascal Delheye et al.) aantoont. Daarin lezen we hoe bepaalde methodieken binnen de sociaal-sportieve praktijken meetbaar leiden tot gedragsverandering bij de sporters en hun omkadering. Denk aan de ontwikkeling van een gezondere levensstijl, van soft skills, het inbouwen van een stabiele levensstructuur … Daarnaast kunnen kwantitatieve data een helder zicht bieden op de omvang van participatieve praktijken en op de manier waarop ze zich organiseren. Verhalen en data vormen zo samen het complete verhaal.

Een eerste onderzoek: de sociaal-sportieve sector

Het recente onderzoek van publiq naar de omvang en de organisatie van de sociaal-sportieve praktijken in Vlaanderen en Brussel is een beloftevolle eerste stap. De kwantitatieve data uit dit onderzoek geven antwoord op een aantal vragen: hoeveel duurzame sporters bereiken de sociaal-sportieve praktijken? Hoeveel vrijwilligers, coaches en professionals begeleiden deze sporters? Welke sporten worden aangeboden? Hoeveel praktijken gebruiken UiTPAS? Uit het aangehaalde onderzoek komt bijvoorbeeld duidelijk naar voren dat minstens negen op de tien sporters met UiTPAS bij sociaal-sportieve organisaties gebruikmaken van het recht op kansentarief. UiTPAS verlaagt dus aantoonbaar mee de financiële drempel voor wie anders niet zou sporten.

Cijfers zijn vandaag onmisbaar: ze laten zien hoe groot een sector is en op welke manier een sector zich organiseert. Cijfers laten ook zien wie we bereiken en op welke manier instrumenten zoals de UiTPAS het verschil kunnen maken.

Meten zal voor ons nooit zomaar ‘weten’ zijn, data zullen nooit het menselijke werk vervangen. Maar ze kunnen wel complementair werken. Als we data goed inzetten en verbinden met verhalen, kunnen ze ons de juiste richting aanwijzen en komen we daar als sector sterker uit.

De volgende stap

Onze ambitie voor de komende tijd is helder. We willen vaker en beter de brug slaan tussen praktijkervaring en data. Want door kennis uit het veld te koppelen aan data, bij voorkeur aangevuld met academische reflectie, bouwen we aan het best mogelijke fundament om participatieve praktijken toekomstbestendig te maken.