Iets terugdoen voor de samenleving en daarvoor beloond worden. Het is de basisredenering die schuilt achter de invoering van een gemeenschapsmunt. Een goede zaak: ja. Gent, Turnhout en provincie Limburg gingen de uitdaging aan met hun Torekes, Troeven en LimbU’s.

In een economisch klimaat als het onze, dat draait rond productiviteit, individualisme en consumptie, vallen er steeds meer mensen uit de boot. Het eerst en het vaakst zijn dat de sociaal kwetsbaren zoals ouderen, mensen van buitenlandse origine die de taal niet spreken of personen met een (fysieke) beperking. Dat is waar de alternatieve munten tussenkomen, door een verbindingslijn te vormen tussen de huidige consumptiemaatschappij en haar kwetsbare groepen. En dat op verschillende manieren.

Torekes

Al in 2010 nestelden de Torekes zich in de Rabot-Blaisantvest, de wijk in Gent waar diversiteit hoogtij viert. Daar wil Samenlevingsopbouw Gent via de munt meer bereiken dan de bewoners kansen te bieden hun plaats te veroveren in de maatschappij, namelijk ook een versterkt gevoel van eigenwaarde geven. Dat door waardering los te koppelen van productiviteit. Bewoners beslissen zelf wanneer en hoe lang ze meewerken aan welk project. Op die manier kiezen ze voor activiteiten die aangepast zijn aan hun mogelijkheden, past bij hun talenten en aansluit bij hun interesses, zonder het vooruitzicht te verliezen een waardevolle bijdrage te leveren aan hun wijk.

Daarnaast hebben buurtbewoners via het initiatief zelf inspraak in beslissingen omtrent de microsamenleving die hun wijk vormt. Veranderingen en verbeteringen worden samen besproken, bediscussieerd en goedgekeurd, wat hen de mogelijkheid geeft om op constructieve wijze mee te werken aan de wereld(en) waar zij deel van uitmaken. De focus wordt dus verlegd van wat er ontbreekt naar erkenning voor de talenten die ze wel bezitten. En dat bewijst dat zij niet noodzakelijk op de onderste trede van de maatschappelijke ladder moeten staan.

Troeven

Ook het systeem van de Turnhoutse Troeven draagt gemeenschapszin hoog in het vaandel, vanuit het idee dat vrijwillige inzet voor anderen getoond, beloond en via beloning gestimuleerd moet worden. “Daarom heet de munt Troeven, omdat we ervan uitgaan dat alle mensen troeven of kwaliteiten bezitten die ze kunnen inzetten voor de samenleving”, verklaart Suzy Maes, die coördinator is bij time2care, initiatiefnemer van het project. Die maatschappelijke betrokkenheid wordt nog extra geprikkeld omdat vrijwilligers hun Troeven even goed weg kunnen schenken aan een vriend, een sociale organisatie of een goed doel.

Momenteel beperkt het domein van de Turnhoutse munt zich nog tot de Kempen, al worden er ‘uitbreidingsscenario’s’ langs verschillende wegen onderzocht: provinciaal (in Antwerpen), maar ook naar andere systemen toe, zoals een samenwerking met UiTPAS of in de positionering van de gemeenschapsmunt tegenover commerciële tegenhangers als Joyn. Daar zit volgens de oprichters meteen ook het grootste ‘gewin’, want de werkelijke waarde zit niet in het geld zelf, maar in de betekenis die elke (kleinere) actie heeft voor de (grotere) gemeenschap.

LimbU

Waar in Gent en Turnhout van een ‘alternatieve munt’ gesproken wordt, heeft vzw Uitmuntend Limburg het dan weer over een complementaire munt. Die moet aanvullend op ons bestaande monetaire systeem een extra stimulans vormen voor projecten rond duurzaamheid, lokale handel en gemeenschapszin; een kwestie van duurzame acties die duurzaamheid stimuleren te belonen. Dat gaat van initiatieven rond de verzameling van zwerfvuil tot de organisatie van een buurtbarbeque.

De LimbU werd nog maar net opgericht, namelijk in begin 2017, en startte vanuit de e-portemonnee van de afvalintercommunale Limburg.net. Vandaag de dag wil de vzw Uitmuntend Limburg via de LimbU echter alle organisatoren en acties rond de drie sleutelconcepten bundelen om te zorgen voor een blijvende impact, aanmoediging en een stroom van vrijwilligers. Die positieve boodschap werd meteen ook in de hele provincie gelanceerd.

Wat is het resultaat? Een grote uitdaging, namelijk in het uitzoeken hoe en of al deze initiatieven kunnen samenwerken. Zien mensen bijvoorbeeld geen graten in het hebben van meerdere kaarten? Moet je binnen een stad of regio zowel met stadspunten, UiTpunten als een alternatieve munt kunnen betalen? En wat betekent dat precies voor een aanbieder? Kortom: welk middel gebruik je om welk doel te bereiken?

 

Meer weten over complementaire of alternatieve betaalsystemen? Kom dan eens kijken op het UiTforum XL in de sessie 'Munten en Punten.'

Artikels over UiTPAS